14,7 % van de Belgen leven onder de armoedegrens. De armoedegrens wordt bepaald door Europese criteria: het gaat om 60 % van het equivalente gemiddeld nationaal inkomen. Concreet wil dit zeggen: 822 euro per maand voor alleenstaanden en 1.726 euro per maand voor een echtpaar met twee kinderen. Wie kan er rondkomen met zo'n laag inkomen?
In België moet één op zeven mensen het met minder doen! Een hele krachttoer. Veel geld om iets leuks te doen zit er niet in. En zo wordt arm zijn veel meer dan alleen te weinig geld hebben. Onder andere de gestegen energieprijzen en de stijging van huurprijzen en woningen tasten onze koopkracht aan en vooral mensen met een laag inkomen zijn daar de dupe van.
Als vrouwenorganisatie heeft KAV aandacht voor de vrouwelijke invalshoek van armoede. Risicofactoren voor bestaansonzekerheid en armoede zijn onder meer scheiding, economische afhankelijkheid van een (nieuwe) partner, zeer lage scholing, langdurige werkloosheid of zwakke arbeidssituatie, een schuldenberg, hoge leeftijd.
De grotere bestaansonzekerheid van vrouwen en het hogere aantal vrouwen die aangewezen zijn op het leefloon of aanvullende steun wordt verklaard door het feit dat zij verschillende achterstandskenmerken cumuleren.
Alleenstaande moeders vormen ruim 80 % van de éénoudergezinnen. Hun aandeel stijgt nog in de armoedepopulatie. Vrouwelijke gezinshoofden lopen een hoog risico om onder de armoededrempel te komen. Zij cumuleren immers de problemen waarmee gezinnen met één kostwinner te kampen hebben met de zwakkere sociaal-economische positie van vrouwen en de ondoelmatigheid van de sociale beschermingsmaatregelen, zoals een onvoldoende bescherming van de onbetaalde verzorgingsarbeid en een te beperkte compensatie van de kosten van kinderen.
Thuisblijvende gehuwde vrouwen vormen een grotere en verborgen groep onder de bestaansonzekere vrouwen. Door de veralgemening van het tweeverdienerschap worden dubbele inkomens de gemiddelde welvaartsnorm. Het krimpend aantal thuiswerkende vrouwen zonder eigen inkomen of uitkering concentreert zich meer en meer onder de laaggeschoolde vrouwen met meerdere kinderen. Voor die vrouwen wegen de voordelen van een beroepsactiviteit niet op tegen het cumuleren van arbeid en zorgtaken. Bovendien maakt hun gebrek aan scholing en werkervaring en hun economische afhankelijkheid van een partner hen tot een bijzonder kwetsbare groep.
Oudere alleenstaande vrouwen worden benadeeld door het op inkomsten gebaseerde pensioenstelsel. Door de loonkloof ten nadele van vrouwen op de arbeidsmarkt en door een onvolledige loopbaan als gevolg van de zorg voor kinderen en verwanten, komen vele vrouwen in de pensioenleeftijd nauwelijks aan het wettelijke minimum.
KAV eist dat:
- verschillende overheden (in ons land) die bevoegd zijn voor armoedebestrijding nog meer onderling afstemmen en overleggen;
- de ervaringsdeskundigen en het middenveld nog meer kennis mogen inbrengen bij het ontwikkelen van armoedebestrijdende maatregelen;
- minimumpensioenen, bijstanduitkeringen, minimumwerkloosheidsuitkeringen en minimuminvaliditeitsuitkeringen moeten omhooggetrokken worden tot minstens 60 % van het mediaan inkomen (de armoedegrens);
- de bijkomende en aanvullende hulp van het OCMW moet zorgen voor een menswaardig leven van gezinnen;
- de overheid maatregelen neemt om de werkloosheidsval van alleenstaande ouders tegen te gaan;
- wat betreft schuldbemiddeling: meer middelen voor schuldbemiddeling en regeling dat alle kredieten binnen een bepaalde termijn afbetaald zijn én een strengere controle op reclame.
Op vrijdag 17 oktober betuigt KAV haar steun aan wie in armoede leeft en mee strijden tegen armoede. Meer info over het programma vind je op www.17oktober.be